Hoofdagent Holke: ‘Gelukkig, ze leven nog!’

Reactie(s)

BOVENKARSPEL – Met de hulp van drie Polen een Czech en meerdere agenten kon dinsdag een drama worden voorkomen. Een auto met daarin een vader, een baby en een kind van 3 jaar belandde na een aanrijding op zijn kop in het water. Door snel handelen van alle betrokkenen konden alle inzettenden worden gered.

Op de facebookpagina van politie Basisteam Hoorn vertelt hoofdagent Holke in eigen woorden hoe hij die avond beleefd heb. Een ontroerend verhaal met gelukkig een een mooi slot.

Oerkrachten…

Dinsdag 3 januari 2016, buiten is het waterkoud en aardedonker. Rond de klok van half zeven zit ik samen met nog een paar collega’s van de ochtenddienst een bakje koffie te drinken.

“13.04, NH13.04 over”, klinkt het over de portofoon. Dat zijn wij! Ik druk de spreeksleutel van mijn porto in en zeg: “OC zeg het maar voor de 13.04 over.”
Of we met spoed naar de kruising van de Geerling met de Esdoornlaan in Bovenkarspel gaan. Een auto te water, mogelijk met de mensen er nog in.
We rennen naar onze voertuigen. Met zwaailicht en sirene rijden we Stede Broec uit, richting Andijk.

Ik stap uit en hoor een stem roepen: ‘there are children in the car!’ Ik zie een auto op zijn kop in het water liggen, het water staat bijna tot de wielkasten. Het kan niet anders dan dat de personen in het voertuig vechten voor hun leven. De paniek is groot; we moeten snel handelen. Ik zie vanuit een ooghoek dat er midden op de kruising een zwaar beschadigde auto staat maar, begrijp me niet verkeerd, onze eerste prioriteit ligt bij de auto te water.
Ik doe mijn koppel af, gooi mijn mobieltje in het gras en spring in het water. Door de adrenaline die door mijn lijf giert voel ik niet hoe koud het water is. Samen met enkele collega’s die ook te water springen en drie omstanders proberen we de auto op zijn kant te rollen, maar we zien dat we de auto alleen maar van ons weg duwen. Een gevoel van machteloosheid komt op, maar we moeten doorzetten.

Vanuit de auto hoor ik geschreeuw en gegil. Ik denk bij mezelf: ‘Niet slagen? Dat gaat mij vandaag niet gebeuren!’
Collega’s aan de wal reiken ons breekijzers en ‘lifehammers’ aan. Alles wat we proberen om de auto te openen lijkt niet veel effect te hebben. Met ons vieren en drie omstanders die al een nat pak hadden proberen we nog een keer om het voertuig op zijn kant te rollen. Met alle oerkrachten van zeven personen lukt het!

In het voertuig zie ik drie lijkbleke gezichten van een man met twee kleine kinderen. Gelukkig, ze leven nog! Er blijkt toch een ruit te zijn gebroken. Door die opening geeft de man ons als eerste zijn zes maanden oude dochtertje aan, gevolgd door zijn drie jaar oude dochtertje. Met wat hulp van ons klautert hij zelf als laatste uit het voertuig.

Pas als alle slachtoffers veilig op de wal staan dringt het tot me door hoe koud ik het eigenlijk heb. Verkleumd en verkrampt weet ik aan wal te komen. Pas dan zie ik hoeveel hulpdiensten er ter plaatse zijn.
Een collega sommeert ons om naar het bureau te gaan om ons te douchen en op te warmen. We geven er graag gehoor aan!

In het bijzijn van de teamleiding en twee collega’s van het TCO (team collegiale opvang) wordt het incident nabesproken. We zijn het er allemaal over eens dat dit behoorlijk heftig was en dat het heel ander had kunnen aflopen. Ons gevoel is euforisch, want we hebben de klus geklaard. Met nadruk zeg ik dat dit misschien niet was gelukt zonder de hulp van de heldhaftige omstanders!

Diezelfde ochtend ga ik, samen met de drie collega’s die met mij te water zijn gesprongen, naar het ziekenhuis. We willen de kinderen graag zien.
Voorzien van twee traumabeertjes en twee beterschapskaarten komen we op de kinderafdeling. Het oudste kindje lacht en zwaait naar ons. Het jongste kindje ligt veilig in de armen van haar moeder. De ultieme kroon op ons werk!

Volg OnsWestfriesland nu ook op Facebook voor dagelijks nieuws en updates.
Up Next

Ook interessant

Reacties op deze post